Het gebed stilt de honger van de ziel

M9rr7s

Uit Ibn Qayyims "Asrar as-Salat":

"… En het is de dienaar voorgeschreven deze daden en woorden (Al-Fatiha, de bewegingen in het gebed etc) steeds te herhalen want het is een bron van voeding voor het hart en de ziel. Deze twee bevatten geen kracht zonder dit.

De herhaling (van de raka’at) is net zoals het herhaaldelijk eten van voedsel, hap na hap totdat iemand verzadigd is en slok na slok totdat iemands dorst gelest is. Als een hongerig persoon slechts een hap eten zou nemen en dan zijn voedsel van zich af zou schuiven, wat zou die ene hap dan voor hem doen? Hij zou er zelfs hongeriger van kunnen worden!

Om deze reden zei een van de Selef: "Iemand die bidt maar geen rust vindt in zijn gebed is zoals iemand die honger heeft en wanneer er eten voor hem wordt gebracht neemt hij slechts een of twee happen. Wat voor nut heeft dat voor hem?"

fajr.wordpress.com

31 December 2009
By on 14:49
Je kan niet iedereen tevreden stellen

Een man zei tegen Hasan al-Basri (rahimahoellah): "De mensen zitten met jou om fouten bij je te zoeken!" Hij zei: "Ik moedigde mijn ziel aan naar het Paradijs te streven, en dat deed het. Toen moedigde ik het aan om naar redding van het Hellevuur te streven, en dat deed het. Toen moedigde ik het aan om naar redding van de mensen te streven, maar ik vond geen mogelijkheid om dat te doen. De mensen zijn niet tevreden met hun Schepper hoewel Hij hen van alles voorziet, dus hoe kunnen ze tevreden zijn met een ander schepsel zoals zijzelf?" Al-Bidaya wal-Nihaya (9/318 )

De Profeet Moesa (aleihi salaam) zei: "O mijn Heer! De mensen zeggen dingen over mij die niet waar zijn!" Daarop openbaarde Allah (soebhanahoe wa ta’ala) aan hem: "O Moesa, Ik laat dat niet voor Mijzelf het geval zijn (dat ze alleen de waarheid over Mij spreken), dus hoe zou het voor jou zo kunnen zijn?" Al-Adaab al-Shar’iyyah by Ibn Muflih (1/38 )

Malik Ibn Dinar zei: "Sinds ik de mensen ken, ben ik niet blij met hun lofprijzingen en heb ik geen afkeer van hun kritiek!" Er werd hem gevraagd: "Hoe komt dat?" Hij zei: "Degene die prijst gaat zich te buiten en degene die kritiek levert overdrijft!" Tarikh Dimishq (59/307)

Aisja (radiAllahoe anha) schreef naar Moeawiya (radiAllahoe anhoe): "Salamoen aleik. Amma ba’d (en verder). Ik heb Rasoel-Allah (sallallahoe aleihi wa sallem) horen zeggen: "Wie de Tevredenheid van Allah verwerft en daarbij zich de woede van de mensen op de hals haalt, voor hem is Allah genoeg tegen de problemen van de mensen. En wie de tevredenheid van de mensen verwerft en zich daarbij de Woede van Allah op de hals haalt, hem laat Allah over aan de mensen." Wa salaamu aleik." Reported by al-Tirmidhi in Kitab al-Zuhd (no. 2414)

Imaam Ash-Shaafi (rahimahoellah) zei: "Er is niemand die niet iemand heeft die van hem houdt en iemand die hem haat. Als dat het geval is, laat hem dan zijn met de mensen die Allah azza wa djal gehoorzamen! (want zij houden van en haten omwille van Allah en zijn niet onrechtvaardig)." Hilyat al-Awliya (9/124)

fajr.wordpress.com


By on 11:42
Ad-Doenja – het wereldse leven

Het woord "doenja" komt van "danaa", een woord met twee betekenissen: 1) vlakbij (komen) en 2) laag. Dit wereldse leven wordt "al-hayat ad-doenja" genoemd omdat het dichtbij is, het is ons huidige leven en ook omdat het laag, oppervlakkig en van weinig waarde is in vergelijking met het werkelijke eeuwigdurende leven – het leven in al-akhira, het hiernamaals.

Ad-doenja is de plaats waar we alles vinden waar de nafs van de mens (zijn ego) naar verlangt. In werkelijkheid is het slechts een overgang naar het volgende leven en heeft het van zichzelf geen blijvende waarde. Het leven in deze wereld en alles wat er op de wereld is, is zoals de prachtige planten en gewassen. Degene die ernaar kijkt is onder de indruk, maar het is slechts een kwestie van tijd voordat het bederft en verrot en als stof verwaait in de wind:

"Weet dat het wereldse leven slechts een spel is, een vermaak, een versiering en opschepperij tussen jullie en wedijver in vermeerdering van bezit en kinderen, als de gelijkenis van een regen waarvan de planten (die zij voortbrengt) bij de boeren verwondering wekt. daarna worden ze droog en je ziet ze geel worden, en vervolgens worden ze tot vergane resten…" (Al-Hadied 57:20)

De Profeet (sallallahoe ‘aleihi wa sallem) zei over de wereld in vergeljking met het hiernamaals: "De waarde van de wereld in vergelijking met het hiernamaals is alsof één van jullie een vinger in de oceaan stak en dan zag hoeveel er aan bleef nadat hij hem terugtrok." (Boechari en Moeslim)

Onze houding ten opzichte van het wereldse leven Het wereldse leven is aantrekkelijk en schoonschijnend gemaakt voor de mens. In tegenstelling tot sommige andere religies, negeert de Islaam de liefde voor dit wereldse leven niet en ziet het ook niet als iets dat uitsluitend slecht is. Kijk bijvorbeeld naar de monniken die zich onthouden van allerlei luxe en bovendien niet mogen trouwen, en hetzelfde geldt voor nonnen. De Islaam ziet deze gevoelens (om te willen trouwen) als natuurlijk; Allah (soebhanahoe wa Ta’ala) heeft ons immers met deze wereldse verlangens geschapen. De bedoeling is dat we deze gevoelens in goede banen leiden naar de manier van bevrediging die Allah (soebhanahoe wa Ta’ala) heeft toegestaan of aangemoedigd. Voor elk verlangen dat we kennen is er een toegestane manier om dit verlangen te bevredigen en er zijn verboden manieren. Bijvoorbeeld het verlangen naar intimiteit, het gevoel van begeerte. Dit is niet iets slechts of verkeerds. De toegestane manier om het te bevredigen is binnen het huwelijk. De verboden manier is alles wat buiten het huwelijk valt. Dit is hoe Allah (soebhanahoe wa Ta’ala) ons hiermee test. Voor alles wat verboden is, is meestal wel een toegestaan alternatief. Dit leven is dus een tijdelijk verblijf waarin we getest worden en de uitslag van deze test bepaalt onze positie in het hiernamaals.

De Profeet (sallallahoe ‘aleihi wa sallem) zei: "Zeker, deze doenja is zoet en fris. En Allah maakt jullie de erfgenamen ervan en kijkt dan wat jullie doen. Pas dus op voor deze wereld en pas op wat betreft vrouwen. " (Moeslim)

Er wordt van een moslim niet gevraagd, dat hij alle zaken van dit leven de rug toekeert, zoals het ascetisme van christelijke en boedhistische monniken. Nee, een moslim moet zijn aandeel in de wereldse goederen juist opzoeken, gebruiken, exploiteren en deze zaken gebruiken in gehoorzaamheid aan Allah (soebhanahoe wa Ta’ala) en om de Islaam vooruit te helpen. Allah (soebhanahoe wa Ta’ala) zegt in de Qor’aan:

"Vervolgens deden wij onze boodschappers elkaar in hun sporen opvolgen. En wij deden Isa, de zoon van maryam, volgen en wij gaven hen de Indjiel. En wij plaatsen in de harten van degenen die hem volgden mededogen en barmhartigheid. En het monnikwezen (celibaat), dat hebben zij (zelf) toegevoegd. Wij hebben het ken niet voorgeschreven (Zij deden het) slechts om het welbehagen van Allah en wij gaven degenen die die geloven onder hen hun beloning maar velen onder hun waren zwaar zondigen." (Al-Hadied 57:27).

Dus, een moslim moet zijn aandeel in dit wereldse leven, zijn rizq, zoeken en het gebruiken in gehoorzaamheid aan Allah. Allah draagt ons niet op om ons van wereldse zaken af te keren, alleen maar omdat ze "werelds" zijn. Allah zegt in de Qor’aan:

"En zoek met wat Allah jou gegeven heeft het huis van het hiernamaals en vergeet niet jouw deel in de wereld…" (Al Qasas 28:77)

In de volgende hadieth vinden we één van de redenen waarom Allah (soebhanahoe wa Ta’ala) ons rijkdom en voorzieningen schenkt. De Profeet (sallallahoe ‘aleihi wa sallem) zei: "Waarlijk, Allah Ta’ala zei: "Wij hebben rijkdom neergezonden zodat het gebed gevestigd wordt en de zakaah betaald wordt….." (Ahmed, At-Tabarani)

Dus de rijkdommen, de bezittingen hier op aarde, zijn er zodat we onze plichten aan Allah kunnen vervullen. Ga maar na wat geld allemaal mogelijk maakt: voedsel zodat we sterk genoeg zijn voor aanbidding, medische hulp zodat we verder kunnen gaan met aanbidding, de bouw van moskeeën en scholen, de organisatie van onderwijs, djihaad, hidjrah, etc. Allerlei activiteiten waarmee we Allah (soebhanahoe wa Ta’ala) aanbidden of die aanbidding mogelijk maken. Dit is dus de bedoeling van onze rijkdommen en bezittingen. Dit is ook de reden waarom we ons deel van de wereldse bezittingen moeten opeisen. Al-Hasan heeft gezegd: "Hoe goed is het leven in deze wereld voor een gelovige. Want hij gebruikt het om zijn provisie voor het Paradijs voor te bereiden. En hoe slecht is het voor een ongelovige die het gebruikt om zijn provisie voor de Hel voor te bereiden."

Het enige goede dat we van dit leven kunnen verkrijgen is de gehoorzaamheid en de goede daden die we Allah aanbieden terwijl we hier zijn. Heel belangrijk hierbij is het bestuderen van de dien en het verder doorgeven van de kennis die we hebben aan anderen. De Profeet (sallallahoe ‘aleihi wa sallem) zei: "Waarlijk, deze doenja is vervloekt, en alles wat erin is. Behalve de herinnering aan Allah (dhikr) en alles wat erbij hoort, en een geleerde of een student." (At-Tirmidhi)

De valkuilen van het wereldse leven Maar wanneer we ons bezighouden met wereldse zaken, moeten we niet uit het oog verliezen dat de wereld in vergelijking met het Hiernamaals van weinig waarde is. De rizq – de voorziening – die we najagen is niets in vergelijking met de rizq in het Paradijs. Hecht er dus niet meer waarde aan dan nodig is. Allah (soebhanahoe wa Ta’ala) zegt in de Qor’aan:

"Voor de mensen is de liefde voor begeerlijke (zaken) als vrouwen aantrekkelijk gemaakt, (evenals de liefde voor) zonen, omvangrijke gouden en zilveren bezittingen, gemerkte paarden en kudden dieren en akkers. Dat is de genieting van het wereldse leven. En Allah, bij Hem is de beste terugkeer. Zeg (O Mohammed): "Zal ik jullie over (iets) beters dan dat meedel;en? Voor degenen die (Allah) vrezen zijn er Tuinen (het Paradijs) bij hun Heer, waar onderdoor de rivieren stromen. Daar zijn zij eeuwig levenden en (daar zijn) reine echtgenotes en het welbehagen van Allah." En Allah is Alziende over de dienaren." (Ali-’Imraan 3:14-15)

Allah (soebhanahoe wa Ta’ala) ontkent of negeert de liefde van de mens voor wereldse zaken niet. Ook wordt deze liefde niet als iets uitsluitend slechts gezien. De test is gelegen in wat we ermee doen. Gebruiken we deze zaken om Allah te aanbidden? Als dat zo is, dan maken we van wereldse pleziertjes daden van aanbidding die ons hasanaat (zegeningen) opleveren. Of worden we slaven van onze eigen verlangens en vervallen we in ongehoorzaamheid en zonden? De Profeet (sallallahoe ‘aleihi wa sallem) wist dat de oemmah ná hem veel rijkdom zou ervaren en vreesde deze rijkdom voor ons. Hij (sallallahoe ‘aleihi wa sallem) zei: "Eén van de dingen die ik voor jullie vrees ná mij, is dat de bloemen van deze doenja en haar versierselen aan jullie gegeven zullen worden." (Boechari en Moeslim)

Allah (soebhanahoe wa Ta’ala) waarschuwt ons in de Qor’aan dat we niet moeten toestaan dat de doenja óns leidt, in plaats van dat wij gebruik maken van de doenja om Allah te gehoorzamen:

"O mensen, voorwaar, de belofte van Allah is waar. Laat daarom het wereldse leven jullie niet verleiden en laat de verleider (Sjeitaan) jullie niet van (de vergeving van) Allah weghouden." (Fathir 35:5)

De betekenis van "laat het wereldse leven jullie niet verleiden" is: sta niet toe dat het je afleidt en je weerhoudt van daden van aanbidding zoals salaah, zakaah, djihaad, hidjrah, etc. Dus wanneer de verleidingen van de wereld sterk worden en we worden verleid tot ongehoorzaamheid aan Allah, dan moeten we ons herinneren dat de status van de wereld laag is. Het is een plaats van testen en Allah kijkt toe hoe we het er vanaf brengen. Verder dan dat is de wereld slechts vermaak en spel:

"En dit wereldse leven is niets dan vermaak en spel. En voorwaar, het Huis van het Hiernamaals is zeker het echte leven, als zij het wisten!" (Al-’Ankaboet 29:64)

Het is belangrijk dat we begrijpen dat ons hart van nature de neiging heeft om de dienaar van iets te zijn. Als deze onderwerping niet gericht is aan Allah, dan zal het hart zeker iets anders vinden om te aanbidden en zich aan te hechten. De bekende Imaam As-Shafi’ heeft gezegd: "Wie wordt overspoeld door de intensiteit van zijn verlangens vanwege zijn liefde voor dit leven, wordt een slaaf van de mensen. En wie tevreden is omdat een beetje hem al voldoening schenkt, voor hem zal de vernedering opgelicht worden."

Tot nu toe hebben we het gehad over het begeren van wereldse zaken en deze proberen te verkrijgen via toegestane middelen. Er is echter nog een andere manier, en dat is het zoeken van wereldse genoegens met middelen die haraam zijn en die bovendien vaak de rechten van andere mensen schenden. Bijvoorbeeld: stelen, liegen, bedriegen, oplichting, handel in verboden zaken, etc. Wat ook veel voorkomt – omdat het je zo makkelijk wordt gemaakt het te doen – is dat mensen dingen verlangen die ze zich niet kunnen veroorloven, en dan dus leningen moeten afsluiten waarover rente betaald moet worden. Rente betalen of ontvangen is in de Islaam een verboden transactie. De Profeet (sallallahoe ‘aleihi wa sallem) zei hierover: "Pas op voor hebzucht, want inderdaad hebzucht vernietigde degenen die vóór jullie kwamen. Het beval hen de familiebanden te verbreken en dus verbraken ze de familiebanden. En het beval hen om vrekkig te zijn en dus waren ze vrekkig. En het beval hen om zonden te begaan en aldus begingen ze zonden." (Moeslim)

Wereldse zaken najagen met verboden middelen leidt dus tot een hoop zonden en kan op den duur zelfs tot vernietiging van iemand leiden.

28 December 2009
By on 21:17
Hoe schulden vereffend zullen worden op de Dag des Oordeels

Als de Dag des Oordeels aanbreekt, dan zullen iemands hasanaat (beloningen voor goede daden) zijn enige rijkdom en bezittingen zijn.Als hij iemand onrecht heeft aangedaan, dan zullen ze net zoveel van zijn hasanaat van hem afnemen als de mate van onrecht die hij hen aandeed. Heeft hij geen hasanaat of is het hem al allemaal afgenomen, dan zal er wat van hun sayi’aat (slechte daden) naar hem gaan.

Boechari vermeldt op gezag van Aboe Hoerairah (radiAllahoe ‘anhoe) dat RasoelAllah (sallallahoe ‘aleihi wa sallem) zei:

"Wie zijn broeder onrecht heeft aangedaan wat betreft zijn eer of iets anders, moet hem vandaag om vergeving vragen, voordat er geen dinars en dirhams meer zullen zijn. En als hij goede daden op zijn naam heeft staan, zullen ze hem afgenomen worden in overeenstemming met het onrecht dat hij deed. Of als hij geen hasanaat heeft, dan zal wat van de sayi’aat van de tegenpartij genomen worden en worden toegevoegd aan zijn last."

[Boechari, Kitaab al-Mazaalim, Baab man kaanat lahu mazlamah 'inda rajul, Fath al-Baari, 5/101]

Deze persoon, wiens hasanaat hem afgenomen wordt door de mensen terwijl hun sayi’aat om zijn nek wordt gehangen, is degene die bankroet is, zoals de Profeet (sallallahoe ‘aleihi wa sallem) het noemde. Moeslim vermeldt op gezag van Aboe Hoerairah (radiAllahoe ‘anhoe) dat RasoelAllah (sallallahoe ‘aleihi wa sallem) zei:

"Weten jullie wie bankroet is?" Ze zeiden: "Degene zonder geld en bezittingen is bankroet." Hij zei: "In mijn Oemmah is degene bankroet die op de Dag der Opstanding komt met gebeden en vasten en zakaah (op zijn naam), maar hij heeft die beledigt, slecht gesproken over deze, hij heeft de rijkdom van die gebruikt en het bloed van die vergoten, en deze geslagen. Dus zal hen allemaal wat van zijn hasanaat gegeven worden en wanneer zijn hasanaat op is voordat het oordeel uitgesproken wordt, zullen sommige van hun zonden genomen worden en op hem worden gegooid, en dan zal hij in het Vuur worden gegooid."

[Moeslim 4/1998, nr. 2581]

Als iemand met schulden sterft terwijl hij nog steeds mensen geld schuldig is, zullen ze van zijn hasanaat nemen zoveel als overeenkomt met wat hij hen schuldig is. In Soenan Ibn Maadjah wordt met een sahieh isnaad (een sterke keten van overleveraars) vermeldt dat Ibn ‘Omar (radiAllahoe ‘anhoe) zei dat RasoelAllah (sallallahoe ‘aleihi wa sallem) zei:

"Als iemand sterft terwijl hij nog een dinar of een dirham verschuldigd is, zal het van zijn hasanaat betaald worden, want er zullen geen dinars en dirhams (meer) zijn."

[Sahieh al-Djaami' as-Saghier 5/537 nr. 6432]

Als mensen elkaar onrecht hebben aangedaan, zal het worden vereffend tussen hen. Als ze elkaar beiden even slecht behandeld hebben, valt er niets te vereffenen. Als de één toch de ander nog wat verschuldigd is, zal hij nemen wat hem toekomt. In Soenan At-Tirmidhi is vermeldt dat Aisja (radiAllahoe ‘anha) zei:

"Er kwam een man die tegenover RasoelAllah (sallallahoe ‘aleihi wa sallem) ging zitten en zei: "O RasoelAllah, ik heb twee slaven die mij leugens vertellen, verraad plegen en ongehoorzaam zijn. En ik beledig hen en sla hen. Wat is mijn positie ten opzichte van hen?"Rasoelallah (sallallahoe ‘aleihi wa sallem) zei: "Op de Dag der Opstanding zullen hun verraad, ongehoorzaamheid en leugens worden vergeleken met jouw bestraffing van hen. Als jouw bestraffing evenredig is met hun fouten, valt er niets te vereffenen. Als jouw bestraffing minder was dan hun zonden verdienden, dan telt dit in jouw voordeel. Als jouw bestraffing van hen meer was dan hun zonden verdienden, dan zal het in orde worden gemaakt tegenover jou." De man wendde zich af en begon te huilen. RasoelAllah (sallallahoe ‘aleihi wa sallem) zei tegen hem: "Heb je de woorden van Allah niet gehoord?:

"En Wij zullen betrouwbare weegschalen opstellen op de Dag der Opstanding, zodat geen ziel iets van onrecht aangedaan wordt. En al gaat het om het gewicht van een mosterdzaadje: Wij zullen het naar voren brengen. En Wij zijn voldoende als Berekenaars."

(21:47)

[Mishkaat al-Masaabeeh 3/66 nr. 5561, ook in Sahieh al-Djami' 6/327 nr. 7895, Ahmed en Tirmidhi]

Omdat Dhoelm (onderdrukking) zo’n serieuze zaak is, is het beter voor degenen die deze Dag vrezen, om onderdrukking op te geven en er verre van te blijven. RasoelAllah (sallallahoe ‘aleihi wa sallem) heeft ons geleerd dat onderdrukking op de Dag der Opstanding duisternis zal zijn. Boechari en Moeslim vermelden van ‘Abdoellah ibn ‘Omar (radiAllahoe ‘anhoe) dat de Profeet (sallallahoe ‘aleihi wa sallem) zei:

"Onderdrukking (dhoelm) zal duisternis (dhoeloemaat) zijn op de Dag der Opstanding."

[Boechari: Kitaab al-Mazaalim, Baab az-Zulm Zulumaat Yawn al-Qiyaamah, Fath al-Baari 51100, Moeslim 4/1969 nr 2579]

Moeslim vermeldt van Djaabir ibn ‘Abdoellah (radiAllahoe ‘anhoe) dat RasoelAllah (sallallahoe ‘aleihi wa sallem) zei:

"Pas op voor onderdrukking (dhoelm), want onderdrukking zal duisternis (dhoeloemaat) zijn op de Dag der Opstanding."

[Moeslim 4/1969 nr. 2578]

Bron: as-siraat.net


By on 20:55
De fitna van geld

Geld2 Overgeleverd door Ka’b ibn Ayad (ra): "De Profeet (saws) heeft gezegd: "Iedere Oemmah heeft een beproeving en voor mijn oemmah is de beproeving al-Mal (het geld)."

Geld vormt een beproeving, want met geld kunnen we de zegeningen van Allah krijgen, door middel van zakaah, sadaqah en het uitgeven van geld op de goede weg, maar met geld kunnen we ook de straffen van Allah krijgen door het uitgeven ervan voor haraam zaken, voor woekerwinst etc.

Geld is ook altijd een middel geweest om mensen tegen elkaar op te zetten. Kijk maar naar de geschiedenis, dan moeten we constateren dat door geld vijandschap ontstaat. Niet letterlijk door geld maar door onjuist gebruik ervan en hebzucht van mensen. Sommige geleerden hebben zelfs gezegd dat geld de reden is voor alle problemen op politiek, sociaal, economisch en religieus gebied.

In de Qoraan lezen we ook op vele plaatsen dat geld een beproeving (fitnah) is voor de mensen:

« Jullie zullen zeker worden getest en beproefd in jullie rijkdommen (geld) en bezittingen en in jullie nafs…» (Al-Imraan:186)

« En weet dat jullie bezittingen en jullie kinderen slechts een beproeving zijn en zeker, bij Allah is een machtige beloning .» (Al-Anfaal:28)

« Het geld en de kinderen zijn de versieringen van het wereldse leven. Maar de goede blijvende (daden) zijn beter bij jouw Heer, als beloning en betere hoop. » (Al-Kahf:46)

Keer op keer een waarschuwing om niet af te dwalen van het ware doel van ons leven hier op aarde en onszelf niet te verliezen in de versieringen van deze wereld.

Overgeleverd door Osama bin Zaid (ra) dat de Profeet (saws) zei: "Toen ik bij de poort van al-djenna kwam zag ik dat de meeste personen die er binnengingen de armen waren, terwijl het de rijken niet werd toegestaan naar binnen te gaan . Er werd bevolen om naar de mensen van het vuur te gaan." (al-Boechaari en Moeslim)

De Profeet (saws) heeft gezegd: " Waar ik bang voor ben voor jullie, nadat ik deze wereld heb verlaten, zijn de schoonheden, verlokkingen en rijkdommen van deze wereld die open zal zijn voor jullie als gevolg van jullie overwinningen." (al-Boechaari en Moeslim)

Dus de Profeet (saws) was bang dat als de moslims eenmaal gebieden zouden veroveren en te maken zouden krijgen met de verleiding van rijkdom, ze dan af zouden dwalen. En hoe terecht was die angst.

In een andere hadieth heeft hij (saws) gezegd : "Ik ben niet bang voor de armoede voor jullie, maar dat de doenja open zal zijn en jullie hebzuchtig zullen worden. Jullie vernietigen jullie zelf zoals volkeren hiervoor deden."

Al deze ahadieth spreken voor zich. Het zijn stuk voor stuk bewijzen en waarschuwingen voor het gevaar van jezelf verliezen in het nastreven van rijkdom. Deze waarschuwingen zijn op hun plaats, want in de levens van veel mensen – ook moslims – speelt geld een grote rol en soms zijn ze zich daar niet eens van bewust.

Sommigen gaan zover dat ze geld als een ilah, een god, nemen. De Profeet (saws) heeft gezegd: "Vervloekt is de aanbidder van de dirhams en van de fluwelen en zijden kleding. Als hen wordt gegeven voelen zij zich tevreden en als hen niet wordt gegeven zijn zij ontevreden." (al-Boechaari en Moeslim)

Deze mens heeft geld als "god". Hij doet alles voor geld, laat alle ibaadah voor geld. Hij kijkt niet of de wegen die hij bewandelt goed of slecht zijn . Het enige doel is het verkrijgen van geld. Hij is zo druk bezig om geld te verdienen, om in zijn levensonderhoud te voorzien, dat hij er geen erg in heeft dat hij belangrijkere werken, namelijk de werken voor de Islaam, verlaat.

Anderen zijn nooit tevreden met wat ze hebben en worden gierig en hebzuchtig. De Profeet (saws) heeft gezegd: " Pas op voor hebzucht want hebzucht vernietigde degenen die voor jullie waren. Het beval hen de familiebanden te verbreken, en dus verbraken zij die. Het beval hen om boechl (gierig) te zijn,en dus waren zij gierig en het beval hen om zonden te begaan en dus begingen ze zonden." (Moeslim)

Hebzucht en gierigheid zijn grote zonden voor een moslim. Het maakt dat iemand nooit tevreden is met wat hij of zij heeft. Hij of zij wil steeds meer ten koste van andere zaken zoals familie, vrienden of kinderen. Het plegen van zonden wordt makkelijker om dat lage doel maar te bereiken. Maar als je ontevreden bent met de rizq die je van Allah krijgt, besef je dus niet dat Allah "de beste der Voorzieners" is, zoals de Qor´aan zegt. We moeten weten en accepteren dat Allah bij het verdelen van de rizq verschillen maakt tussen mensen. In de Qor´aan lezen we:

« Voorwaar, jouw Heer verruimt de voorziening voor wie Hij wil en Hij beperkt. Voorwaar, Hij is Alwetend, Alziend over zijn dienaren. » (Al-´Isra´ (17):30)

Achter de verdeling van de rizq zit de Wijsheid van Allah. Zou Hij sommige mensen meer geven dan ze nodig hebben, dan zouden ze de grenzen van Allah gaan overschrijden en zich schuldig gaan maken aan onderdrukking. De Qor´aan zegt hierover:

« En als Allah de voorzieningen aan Zijn dienaren had verruimd, dan zouden zij zeker buitensporig hebben gehandeld op de aarde, maar Hij zendt volgens een bepaalde maat neer wat Hij wil. Voorwaar, Hij is Alwetend over Zijn dienaren, Alziend. » (As-Sjoera (42):27)

In een hadieth qoedsi lezen we dat Allah heeft gezegd: "Onder Mijn dienaren zijn er sommigen voor wie het goed is om rijk te zijn. Als Ik hen arm zou maken, zou Ik hun geloof vernietigen. En onder Mijn dienaren zijn sommigen voor wie het goed is om arm te zijn en als Ik hen rijk zou maken, zou Ik hun geloof vernietigen." (Al-Baihaqi)

Als mensen geld als het ware "aanbidden" en niet tevreden zijn met wat ze hebben,of als ze niet op Allah vertrouwen dat Hij hen halaal voorziening geeft, gaan ze ertoe over om Allah´s regels en wetten te overtreden, om maar geld te verdienen.

Bijvoorbeeld het innen van rente (riba), het verkopen van alcohol en het draaien van muziek ("anders komen er geen klanten"), etc. Allemaal activiteiten die in de Islam verboden zijn.

Of ze komen hun verplichtingen niet meer na, zoals

-verlaten van de salaah (geen tijd om te bidden op het werk)

-verlaten van de ibaadah

-de kleding aanpassen:

Zonder hidjaab naar buiten gaan om een baan te behouden. Meedoen met de koeffaar om er bij te horen en om meer geld te verdienen. In het Westen is de juiste kleding een vereiste. De Profeet (saws) heeft gezegd: "Er komt een tijd waarin de vrouwen gekleed zijn, maar toch naakt zijn. Hun haar als de bult van een kameel op hun hoofden." Kijk naar de vrouw in het Westen; alle reclames etc. waarin de vrouw gebruikt wordt alleen voor geld. Kijk hoeveel Moslimvrouwen en meisjes daarin meegaan en zich daarbij aanpassen en accepteren dat ze er voor hun werk "representatief" moeten uitzien.

Al deze zaken maken dat het geld dat we verdienen, niet meer zuiver halaal is. Het één is natuurlijk wat erger dan het ander, en soms speelt noodzaak een rol, maar het is allemaal niet goed.

We moeten weten hoe belangrijk het is dat het eten en drinken waar we onszelf en onze kinderen mee voeden, en de kleding die we dragen, gekocht zijn met middelen die halaal zijn. De Profeet (saws) heeft ons verteld over een man, die zijn handen omhoog heft en smeekt: Ya Allah, Ya Allah! Maar er wordt niet naar hem geluisterd, want zijn eten, zijn drinken, zijn kleding en zijn verdere bezittingen zijn niet halaal verkregen. Dus hoe kan zijn smeekbede beantwoord worden?

En onze rizq staat al vast, dus laten we, zoals de Profeet (saws) zei, "redelijk en gematigd" zijn bij het zoeken naar onze rizq. Dat wil zeggen dat we niet te hard werken voor de doenja en niet vervallen in zaken die haraam zijn.Ook de Qor´aan zegt, dat als het gaat over het werken voor de doenja, dat we dit rustig en gematigd moeten doen:

« … dus loop rustig op de weg en eet van Zijn voorzieningen … » (Al-Moelk: 15)

Met rust dus, zonder haast en gestress, zonder het al je aandacht te schenken, want je voorziening is bij Allah. Maar hoe zijn wij; we lopen ons rot voor de doenja. En ondertussen klagen we maar steeds: we zijn moe van ons werk, moe van de kinderen, moe van problemen. Maar is dat waar Allah ons voor heeft gemaakt? Heeft Allah ons voor de doenja gemaakt? Om ons alleen maar met de doenja bezig te houden en daarover te klagen?

Maar als het gaat om het werken voor al-Achira, voor het Hiernamaals, dan moeten we ons haasten en dit voorrang geven en er hard voor werken. Zoals Allah in de Qor´aan zegt tegen Moesa (as):

« En wees snel voor vergeving van jullie Rabb en voor ad-Djennah zo wijd als de hemelen en de aarde, voorbereid voor al-moettaqoen (godsvrezenden). » (Ali-´Imraan: 133)

En in soerah al-Baqarah (148):

« … dus haast jullie naar al het goede …»

En als afsluiting:

Aboe Hoeraira (ra) hoorde de Profeet (saws) zeggen : "Verlies geen tijd voor het doen van goede werken want al gauw zullen er veel beproevingen en onheil zijn, zoals sommige delen van een duistere nacht. Een man zal ´s ochtends opstaan als een gelovige moslim en zal ´s avonds terugkeren als een ongelovige, of hij zal naar bed gaan als een gelovige en ´s morgens opstaan als een ongelovige. Hij wil zijn geloof voor een werelds gewin verkopen." (Moeslim)

10 August 2009
By on 09:59
Hoe Allah de aanbidding makkelijk voor ons maakt

De Profeet sallallahoe aleihi wa sallem heeft gezegd: "Het recht dat Allah heeft op Zijn dienaren is dat ze Hem (alleen) aanbidden en geen gelijken aan Hem toeschrijven." (Boechari & Moeslim)

Allah heeft er dus recht op dat we Hem aanbidden. Sterker nog, Hem aanbidden is het doel van ons bestaan. Wij zijn er, en wij bestaan, met slechts een doel: om Allah te aanbidden.

" En Ik heb de djinns en de mens slechts geschapen om Mij te dienen. " (51:56)

‘Ibadah betekent in islam: doen waar Allah van houdt en wat Hem genoegen doet. Alhamdoelillah is er erg veel waar Allah van houdt, en zijn er dus voor ons veel mogelijkheden om Hem te aanbidden: smeekbeden, gebed, geduld, vrees, hoop, vertrouwen, liefde voor gehoorzaamheid aan Hem en afkeer van ongehoorzaamheid aan Hem, berouw, Hem om hulp vragen, offeren, vasten, hadj, etc. Ons hele leven kunnen we in het teken stellen van de aanbidding van Allah:

" Zeg: "Voorwaar, mijn salah, mijn aanbidding, mijn leven en mijn sterven zijn opgedragen aan Allah, Heer der Werelden. " (6:162)

Alhamdoelillah is het niet zo, dat Allah van ons vraagt Hem te aanbidden, en ons dan aan ons lot overlaat om dit te doen. Nee, Allah heeft het beste met ons voor en helpt ons Hem te aanbidden. Enkele van Zijn zegeningen zijn:

a) Hij heeft ons geschapen met de aanleg om te aanbidden.

b) Hij heeft ons de mogelijkheden en middelen geschonken om de ‘ibadah te volbrengen.

c) Hij heeft ons geleerd, dmv Zijn leiding, hoe Hij wil dat we Hem aanbidden.

Hij heeft ons geschapen met de aanleg om te aanbidden.

Ibn Taimiyyah heeft geschreven, dat het hart van de mens de behoefte heeft om te aanbidden. We worden geboren met al-fitra, de natuurlijke aanleg om Allah te aanbidden. De omstandigheden in ons leven, zoals opvoeding en de maatschappij waarin iemand opgroeit, beinvloeden vervolgens of we dat ook daadwerkelijk gaan doen. Gedurende ons hele leven blijft het hart de behoefte hebben om zich aan iets te binden. Als de fitra nog aanwezig is en Allah Zijn Leiding schenkt, zal het hart Allah aanbidden. Zo niet, dan kiest het iets anders als voorwerp van aanbidding. Dat kan van alles zijn: idolen, geld, schoonheid, jezelf, mensen. Maar altijd zal het hart zich aan iets binden. En als het hart zich aan iets bindt, wordt het als het ware de gevangene daarvan. Daarom moet er in het hart uitsluitend aanbidding voor Allah zijn. Als het hart naast Allah nog aanbidding voor iets anders voelt, is het dus ook de gevangene van dat andere. En als dat het geval is, kan de aanbidding voor Allah nooit compleet zijn.. En Allah accepteert onze aanbidding niet, als deze niet uitsluitend en alleen voor Hem is.

" En Wij stuurden niet een van de Boodschappers voor jou, of wij openbaarden aan hem dat er geen andere god is dan Ik, aanbidt Mij daarom alleen." (21:25)

Natuurlijk hebben we in ons hart ook liefde voor bijv. onze man, kinderen, familie etc. Maar dit behoort een anders soort liefde te zijn als die we voor Allah voelen. Het mag niet overgaan in aanbidding:

" Zeg: "Als jullie vaders en jullie zonen en jullie broeders en jullie echtgenotes en jullie familie en de bezittingen die jullie verworven hebben en de handel waarvan jullie verlies vrezen en de huizen die jullie behagen, jullie dierbaarder zijn dan Allah en Zijn boodschapper en het strijden op Zijn weg, wacht dan tot Allah met Zijn beschikking komt. En Allah leidt het zwaar zondige volk niet." (9:24)

Hij heeft ons de mogelijkheden en middelen geschonken om de ‘ibadah te volbrengen.

Allah heeft ons de mogelijkheden en middelen geschonken om Hem te aanbidden. De Profeet sallallahoe aleihi wa sallem zei:

"Waarlijk, Allah Ta’ala heeft gezegd: "Wij hebben rijkdom neergezonden zodat het gebed gevestigd wordt en de zakaat gegeven wordt …"

(Ahmed, at-Tabarani)

Gebed en zakaat zijn vormen van aanbidding. Dus Allah heeft ons rijkdom -geld, bezittingen- gegeven zodat we Hem kunnen aanbidden. Zoals het doel van onze schepping is Hem te aanbidden, zo is het doel van de schepping van andere zaken dat ze ons in staat stellen Hem te aanbidden. Ze staan ons ter beschikking zodat we Hem kunnen aanbidden. Met geld kunnen we bijv. voedsel en medicijnen kopen om gezond te blijven of te worden, en als we gezond zijn kunnen we allerlei daden van aanbidding makkelijker verrichten. Met geld kunnen we een auto kopen, en makkelijker de salah in de moskee verrichten. We hebben geld nodig om de hadj te kunnen doen. Met geld kunnen we djihaad financieren, zodat anderen verlost worden van onderdrukking en in ieder geval de vrije keus hebben Allah te aanbidden of niet. Etc.

Hij heeft ons geleerd, dmv Zijn leiding, hoe Hij wil dat we Hem aanbidden.

Allah heeft ons geleerd hoe we Hem moeten aanbidden, daarvoor stuurde Hij ons de Profeet sallallahoe aleihi wa sallem. In alle zaken van de religie is hij ons voorbeeld. We moeten vasten als hij, bidden als hij, etc. De Profeet sallallahoe aleihi wa sallem zei bijvoorbeeld tegen zijn metgezellen:

"Bidt zoals je mij hebt zien bidden." (Boechari)

In de Qor’aan staat:

" O jullie die geloven, gehoorzaamt Allah en gehoorzaamt de boodschapper, en maakt jullie werken niet nietig. " (47:33)

Hier hebben we dus een tweede voorwaarde die aan de ‘ibadah wordt gesteld. Eerder zagen we al, dat Allah alleen daden van aanbidding accepteert als ze voor Hem alleen worden verricht. Dat heeft dus betrekking op de intentie. Hier zien we dat een andere voorwaarde is, dat de daad wordt verricht zoals de Profeet sallallahoe aleihi wa sallem het deed, volgens zijn Soenna.

Helaas hebben mensen vaak de neiging om hun daden en intentie naar hun eigen maatstaven te beoordelen. Ze zeggen bijvoorbeeld: "Ik bedoelde het goed, ik bedoelde er geen kwaad mee" of iets dergelijks, en denken dan dat dat betekent dat hun intentie goed is. Maar het is Allah die de intenties beoordeelt en Zijn criterium is: deed je het alleen voor Hem, om Hem een genoegen te doen?

Ook daden beoordelen mensen vaak naar hun eigen maatstaven en dit is de manier waarop bid’ah (toevoegingen aan de religie) ontstaat. Er zijn immers zoveel zaken die goed lijken om te doen. Lijkt het niet goed om de Profeet sallallahoe aleihi wa sallem te eren door het vieren van zijn verjaardag? En zou het geen goed idee zijn om nu gezamenlijk en hardop dhikr te verrichten en zo Allah te gedenken? Zouden we dan niet dichter tot Allah komen? Maar dit is allemaal niet volgens de soenna van de Profeet sallallahoe aleihi wa sallem en dus niet acceptabel voor Allah. Het is niet wat Hij van ons wil. Deze praktijken zijn echter moeilijk uit te roeien, omdat mensen denken dat ze iets goeds doen en dat ze juist handelen. Het is echter Allah Die bepaalt wat Hij accepteert en dat heeft Hij laten weten door middel van de Profeet sallallahoe aleihi wa sallem.

De Profeet sallallahoe aleihi wa sallem heeft gezegd: "Als iemand iets doet wat wij niet bevolen hebben, zal het worden verworpen." (Moeslim)

En: "Als iemand iets doet op een andere manier dan de onze, zal het worden verworpen." (Aboe Dawoed)

De volgende uitspraak van ‘Ali ibn Aboe Talib radiAllahoe anhoe, de vierde Khalifa, laat zien wat er gebeurt als we zelf zouden bedenken hoe we de ‘ibadah uitvoeren. Het zou anders worden dan wat Mohammed sallallahoe aleihi wa sallem ons gaf:

"Als de religie gebaseerd zou zijn op (menselijke) redenatie, dan zou (tijdens woedhoe’) de onderkant van de sokken, en niet de bovenkant, geveegd worden. Ik zag echter de Boodschapper van Allah sallallahoe aleihi wa sallem de bovenkant van zijn sokken vegen, en niet de onderkant." (Aboe Dawoed)

Een van de salaf zei: "Als daden correct zijn maar niet oprecht, zullen ze niet geaccepteerd worden. Als daden oprecht zijn maar niet correct, zullen ze niet geaccepteerd worden, totdat ze zowel oprecht als correct zijn. Oprecht betekent dat er alleen het Gezicht van Allah mee wordt gezocht, en correct betekent dat het in overeenstemming is met de soenna."


By on 09:36
Help je broeder of zuster in moeilijkheden

Op gezag van Aboe Hoerairah radiAllahoe anhoe dat de Profeet sallallahoe aleihi wa sallem zei:

"Wie een van de moeilijkheden van deze wereld (koerba) van een gelovige verlicht, hem zal Allah redden van een van de problemen van het Hiernamaals." (Moeslim)

Een koerba is iets wat de ziel gestressed maakt en de gedachten beheerst. Deze wereld kent vele aspecten die als koerba gezien kunnen worden. Iemand kan vrijwel dagelijks moeilijkheden, problemen en uitdagingen tegenkomen.

Deze hadieth laat zien hoe belangrijk het is om de behoeften van je broeder of zuster te vervullen. Deze daad waar een grote beloning voor staat, is voor iedere gelovige toegankelijk, want het kan verricht worden met je kennis, rijkdom of autoriteit. Het kan bestaan uit een simpel advies wat het beste is om te doen of uit het leiden van iemand naar een goede daad. Het kan ook bestaan uit een smeekbede voor de betreffende persoon dat Allah hem helpt en zijn situatie verlicht.

Het woord dat vertaald is met "verlichten" is naffasa. Dit betekent lichter maken of een last wegnemen. Het wordt ook gebruikt voor het beademen van iemand die op het punt staat te stikken. Het is alsof men degene die stikt laat ontspannen en een weg voor hem opent om te ademen zodat hij naar lucht kan happen.

Probeer je eens voor te stellen hoe de oemmah zou zijn – hoe de hele werld zou zijn – als elke moslim deze hadieth op zou volgen! Als elke moslim eropuit zou trekken om iemand te zoeken die behoeftig is of moeilijkheden heeft, omdat hij weet dat door deze persoon te helpen, hij eigenlijk zichzelf helpt en redt van grote moeilijkheden in het Hiernamaals.

Volgens al-Haitami wordt hier specifiek het helpen van een gelovige vermeld met het doel om de gelovigen te eren en het belang van hun goede behandeling te benadrukken. Daarnaast, zo zegt hij, geldt de beloning die de hadieth vermeldt voor het verlichten van de problemen van mensen in het algemeen – moslim of niet.

"Commentary on the Forty Hadith" – By Jamaal al-Din M. Zarabozo
http://www.islamway.com

30 July 2009
By on 12:02
Mooie veelomvattende hadieth qoedsi

In een hadieth qudsi – heilige hadieth – zei de Profeet salla Allahu ‘alayhi wa sallam dat Allah zei:

Ikzelf, de mensheid, en de djinn, bevinden ons in een enorme serieuze staat. Ik schiep hen, dan aanbidden zij andere goden die zij voor zichzelf maken. Ik zegen hen met Mijn geschenken, dan danken zij iemand anders voor hetgeen Ik hen heb gestuurd. Mijn Genade daalt op hen neer terwijl hun slechte daden naar Mij opstijgen. Ik uit mijn Liefde voor hen met Mijn Geschenken, ookal heb Ik hen niet nodig. Terwijl zij zichzelf aan Mij onttrekken met hun zonden en zij Mijn Hulp dringend nodig hebben.

Eenieder die zich tot Mij wendt, Ik accepteer hem zonder te letten op hoe ver hij is; en eenieder die zich van Mij afkeert, ik benader hem en spreek hem aan. Eenieder die een zonde nalaat voor Mij, Ik beloon hem met vele geschenken en eenieder die tracht Mij tevreden te stellen, Ik tracht hem tevreden te stellen. Eenieder die Mijn Wil en Macht erkent in alles wat hij doet, Ik laat het ijzer voor hem buigen. Mijn dierbare mensen zijn degenen die met Mij zijn. Eenieder die Mij dankt, Ik schenk hem meer zegeningen.

Eenieder die Mij gehoorzaamt, Ik verhef hem en liefkoos hem meer. Eenieder die Mij ongehoorzaam is, Ik houd de deuren van Mijn Genade voor hem open; als hij zich tot Mij keert, schenk Ik hem Mijn Liefde, aangezien Ik van degenen houd die berouw tonen en zichzelf voor Mij reinigen. Als hij geen berouw toont, bejegen Ik hem nog steeds door hem in een moeilijkheid te plaatsen om hem te reinigen. Eenieder die Mij de voorkeur boven anderen geeft, Ik geef aan hem de voorkeur boven anderen.

Ik beloon elke goede daad tien keer of zevenhonderd keer tot ontelbare keren. Ik tel elke slechte daad als een enkele, tenzij de persoon berouw toont en Mijn Vergiffenis vraagt; in dat geval vergeef Ik zelfs die éne. Ik neem elke kleine goede daad in aanmerking en Ik vergeef zelfs de grote zonden. Mijn Genade overtreft Mijn Woede. Mijn Tolerantie overtreft Mijn Berisping. Mijn Vergiffenis overtreft Mijn Bestraffing, aangezien Ik Genadevoller met Mijn Dienaren ben dan een moeder met haar kind.

Door: Ibn Al-Qayyim Al-Djawziyyah
Bron: ‘Madaridj As-Salihien’

17 July 2009
By on 16:05
Maak het elkaar niet zo moeilijk!

RasoelAllah sallallahoe aleihi wa sallem heeft gezegd:

"Er was eens een zakenman die geld uitleende aan de mensen. Als degene aan wie hij geld leende in moeilijke omstandigheden verkeerde [en dus moeite had met het afbetalen], zei hij tegen zijn medewerkers: "Vergeef hem zodat Allah ons zal vergeven." En dus vergaf Allah hem." (Sahieh Al-Boekhari, vol3 hadieth 292)

Les uit deze hadieth:
Als we iemand vergeven, wie bevrijden we daar dan in werkelijkheid mee? Onszelf! Vanwege de goede manier waarop deze man met mensen omging, vergaf Allah hem en zegende Hij hem met winst in dit leven en in het Hiernamaals. Is er iemand in jouw leven voor wie jij de dingen moeilijk maakt? Wat zou je kunnen doen om de dingen makkelijker voor hem of haar te maken?

(bron: wekelijkse mailinglist van Muhammed alShareef, om je op te geven: http://DiscoverU.googlepages.com/signup )


By on 16:02
“Wanneer ik de Qoraan wil lezen komt mijn zicht terug!”

Abu az-Zahiriyyah overlevert:

"Ik ging naar Tarsus, en ging naar binnen bij Abu Mu’awiyah al-Aswad nadat hij blind was geworden. In zijn huis, ik zag een Mushaf hangen aan de muur, en zei tegen hem: "Moge Allah je Barmhartig zijn! Een Mushaf terwijl je niet eens kan zien?"

Hij antwoordde: "Mijn broeder, wi je een geheim voor me bewaren tot de dag dat ik sterf?"

Ik zei: "Ja." Toen zei hij tegen mij: "Waarlijk, wanneer ik uit de Quran wil lezen, komt mijn zicht terug."

Abu Hamzah Nasir bin al-Faraj al-Aslami – en hij was een bediende van Abu Mu’awiyah al-Aswad – heeft ook iets dergelijks overgeleverd:

"Abu Mu’awiyah had zijn zicht verloren. Wanneer hij uit de Quran wou lezen, greep hij in de kamer rond zoekend naar de Mushaf tot hij hem vond. Zodra hij hem opende, gaf Allah hem zijn zicht terug. Zodra hij hem dicht deed, verloor hij zijn zicht weer."

['Siyar A'lam an-Nubala''; 8/43]

www.al-haqq.eu


By on 15:57