Ad-Doenja – het wereldse leven
28 December 2009
By on 21:17

Het woord "doenja" komt van "danaa", een woord met twee betekenissen: 1) vlakbij (komen) en 2) laag. Dit wereldse leven wordt "al-hayat ad-doenja" genoemd omdat het dichtbij is, het is ons huidige leven en ook omdat het laag, oppervlakkig en van weinig waarde is in vergelijking met het werkelijke eeuwigdurende leven – het leven in al-akhira, het hiernamaals.

Ad-doenja is de plaats waar we alles vinden waar de nafs van de mens (zijn ego) naar verlangt. In werkelijkheid is het slechts een overgang naar het volgende leven en heeft het van zichzelf geen blijvende waarde. Het leven in deze wereld en alles wat er op de wereld is, is zoals de prachtige planten en gewassen. Degene die ernaar kijkt is onder de indruk, maar het is slechts een kwestie van tijd voordat het bederft en verrot en als stof verwaait in de wind:

"Weet dat het wereldse leven slechts een spel is, een vermaak, een versiering en opschepperij tussen jullie en wedijver in vermeerdering van bezit en kinderen, als de gelijkenis van een regen waarvan de planten (die zij voortbrengt) bij de boeren verwondering wekt. daarna worden ze droog en je ziet ze geel worden, en vervolgens worden ze tot vergane resten…" (Al-Hadied 57:20)

De Profeet (sallallahoe ‘aleihi wa sallem) zei over de wereld in vergeljking met het hiernamaals: "De waarde van de wereld in vergelijking met het hiernamaals is alsof één van jullie een vinger in de oceaan stak en dan zag hoeveel er aan bleef nadat hij hem terugtrok." (Boechari en Moeslim)

Onze houding ten opzichte van het wereldse leven Het wereldse leven is aantrekkelijk en schoonschijnend gemaakt voor de mens. In tegenstelling tot sommige andere religies, negeert de Islaam de liefde voor dit wereldse leven niet en ziet het ook niet als iets dat uitsluitend slecht is. Kijk bijvorbeeld naar de monniken die zich onthouden van allerlei luxe en bovendien niet mogen trouwen, en hetzelfde geldt voor nonnen. De Islaam ziet deze gevoelens (om te willen trouwen) als natuurlijk; Allah (soebhanahoe wa Ta’ala) heeft ons immers met deze wereldse verlangens geschapen. De bedoeling is dat we deze gevoelens in goede banen leiden naar de manier van bevrediging die Allah (soebhanahoe wa Ta’ala) heeft toegestaan of aangemoedigd. Voor elk verlangen dat we kennen is er een toegestane manier om dit verlangen te bevredigen en er zijn verboden manieren. Bijvoorbeeld het verlangen naar intimiteit, het gevoel van begeerte. Dit is niet iets slechts of verkeerds. De toegestane manier om het te bevredigen is binnen het huwelijk. De verboden manier is alles wat buiten het huwelijk valt. Dit is hoe Allah (soebhanahoe wa Ta’ala) ons hiermee test. Voor alles wat verboden is, is meestal wel een toegestaan alternatief. Dit leven is dus een tijdelijk verblijf waarin we getest worden en de uitslag van deze test bepaalt onze positie in het hiernamaals.

De Profeet (sallallahoe ‘aleihi wa sallem) zei: "Zeker, deze doenja is zoet en fris. En Allah maakt jullie de erfgenamen ervan en kijkt dan wat jullie doen. Pas dus op voor deze wereld en pas op wat betreft vrouwen. " (Moeslim)

Er wordt van een moslim niet gevraagd, dat hij alle zaken van dit leven de rug toekeert, zoals het ascetisme van christelijke en boedhistische monniken. Nee, een moslim moet zijn aandeel in de wereldse goederen juist opzoeken, gebruiken, exploiteren en deze zaken gebruiken in gehoorzaamheid aan Allah (soebhanahoe wa Ta’ala) en om de Islaam vooruit te helpen. Allah (soebhanahoe wa Ta’ala) zegt in de Qor’aan:

"Vervolgens deden wij onze boodschappers elkaar in hun sporen opvolgen. En wij deden Isa, de zoon van maryam, volgen en wij gaven hen de Indjiel. En wij plaatsen in de harten van degenen die hem volgden mededogen en barmhartigheid. En het monnikwezen (celibaat), dat hebben zij (zelf) toegevoegd. Wij hebben het ken niet voorgeschreven (Zij deden het) slechts om het welbehagen van Allah en wij gaven degenen die die geloven onder hen hun beloning maar velen onder hun waren zwaar zondigen." (Al-Hadied 57:27).

Dus, een moslim moet zijn aandeel in dit wereldse leven, zijn rizq, zoeken en het gebruiken in gehoorzaamheid aan Allah. Allah draagt ons niet op om ons van wereldse zaken af te keren, alleen maar omdat ze "werelds" zijn. Allah zegt in de Qor’aan:

"En zoek met wat Allah jou gegeven heeft het huis van het hiernamaals en vergeet niet jouw deel in de wereld…" (Al Qasas 28:77)

In de volgende hadieth vinden we één van de redenen waarom Allah (soebhanahoe wa Ta’ala) ons rijkdom en voorzieningen schenkt. De Profeet (sallallahoe ‘aleihi wa sallem) zei: "Waarlijk, Allah Ta’ala zei: "Wij hebben rijkdom neergezonden zodat het gebed gevestigd wordt en de zakaah betaald wordt….." (Ahmed, At-Tabarani)

Dus de rijkdommen, de bezittingen hier op aarde, zijn er zodat we onze plichten aan Allah kunnen vervullen. Ga maar na wat geld allemaal mogelijk maakt: voedsel zodat we sterk genoeg zijn voor aanbidding, medische hulp zodat we verder kunnen gaan met aanbidding, de bouw van moskeeën en scholen, de organisatie van onderwijs, djihaad, hidjrah, etc. Allerlei activiteiten waarmee we Allah (soebhanahoe wa Ta’ala) aanbidden of die aanbidding mogelijk maken. Dit is dus de bedoeling van onze rijkdommen en bezittingen. Dit is ook de reden waarom we ons deel van de wereldse bezittingen moeten opeisen. Al-Hasan heeft gezegd: "Hoe goed is het leven in deze wereld voor een gelovige. Want hij gebruikt het om zijn provisie voor het Paradijs voor te bereiden. En hoe slecht is het voor een ongelovige die het gebruikt om zijn provisie voor de Hel voor te bereiden."

Het enige goede dat we van dit leven kunnen verkrijgen is de gehoorzaamheid en de goede daden die we Allah aanbieden terwijl we hier zijn. Heel belangrijk hierbij is het bestuderen van de dien en het verder doorgeven van de kennis die we hebben aan anderen. De Profeet (sallallahoe ‘aleihi wa sallem) zei: "Waarlijk, deze doenja is vervloekt, en alles wat erin is. Behalve de herinnering aan Allah (dhikr) en alles wat erbij hoort, en een geleerde of een student." (At-Tirmidhi)

De valkuilen van het wereldse leven Maar wanneer we ons bezighouden met wereldse zaken, moeten we niet uit het oog verliezen dat de wereld in vergelijking met het Hiernamaals van weinig waarde is. De rizq – de voorziening – die we najagen is niets in vergelijking met de rizq in het Paradijs. Hecht er dus niet meer waarde aan dan nodig is. Allah (soebhanahoe wa Ta’ala) zegt in de Qor’aan:

"Voor de mensen is de liefde voor begeerlijke (zaken) als vrouwen aantrekkelijk gemaakt, (evenals de liefde voor) zonen, omvangrijke gouden en zilveren bezittingen, gemerkte paarden en kudden dieren en akkers. Dat is de genieting van het wereldse leven. En Allah, bij Hem is de beste terugkeer. Zeg (O Mohammed): "Zal ik jullie over (iets) beters dan dat meedel;en? Voor degenen die (Allah) vrezen zijn er Tuinen (het Paradijs) bij hun Heer, waar onderdoor de rivieren stromen. Daar zijn zij eeuwig levenden en (daar zijn) reine echtgenotes en het welbehagen van Allah." En Allah is Alziende over de dienaren." (Ali-’Imraan 3:14-15)

Allah (soebhanahoe wa Ta’ala) ontkent of negeert de liefde van de mens voor wereldse zaken niet. Ook wordt deze liefde niet als iets uitsluitend slechts gezien. De test is gelegen in wat we ermee doen. Gebruiken we deze zaken om Allah te aanbidden? Als dat zo is, dan maken we van wereldse pleziertjes daden van aanbidding die ons hasanaat (zegeningen) opleveren. Of worden we slaven van onze eigen verlangens en vervallen we in ongehoorzaamheid en zonden? De Profeet (sallallahoe ‘aleihi wa sallem) wist dat de oemmah ná hem veel rijkdom zou ervaren en vreesde deze rijkdom voor ons. Hij (sallallahoe ‘aleihi wa sallem) zei: "Eén van de dingen die ik voor jullie vrees ná mij, is dat de bloemen van deze doenja en haar versierselen aan jullie gegeven zullen worden." (Boechari en Moeslim)

Allah (soebhanahoe wa Ta’ala) waarschuwt ons in de Qor’aan dat we niet moeten toestaan dat de doenja óns leidt, in plaats van dat wij gebruik maken van de doenja om Allah te gehoorzamen:

"O mensen, voorwaar, de belofte van Allah is waar. Laat daarom het wereldse leven jullie niet verleiden en laat de verleider (Sjeitaan) jullie niet van (de vergeving van) Allah weghouden." (Fathir 35:5)

De betekenis van "laat het wereldse leven jullie niet verleiden" is: sta niet toe dat het je afleidt en je weerhoudt van daden van aanbidding zoals salaah, zakaah, djihaad, hidjrah, etc. Dus wanneer de verleidingen van de wereld sterk worden en we worden verleid tot ongehoorzaamheid aan Allah, dan moeten we ons herinneren dat de status van de wereld laag is. Het is een plaats van testen en Allah kijkt toe hoe we het er vanaf brengen. Verder dan dat is de wereld slechts vermaak en spel:

"En dit wereldse leven is niets dan vermaak en spel. En voorwaar, het Huis van het Hiernamaals is zeker het echte leven, als zij het wisten!" (Al-’Ankaboet 29:64)

Het is belangrijk dat we begrijpen dat ons hart van nature de neiging heeft om de dienaar van iets te zijn. Als deze onderwerping niet gericht is aan Allah, dan zal het hart zeker iets anders vinden om te aanbidden en zich aan te hechten. De bekende Imaam As-Shafi’ heeft gezegd: "Wie wordt overspoeld door de intensiteit van zijn verlangens vanwege zijn liefde voor dit leven, wordt een slaaf van de mensen. En wie tevreden is omdat een beetje hem al voldoening schenkt, voor hem zal de vernedering opgelicht worden."

Tot nu toe hebben we het gehad over het begeren van wereldse zaken en deze proberen te verkrijgen via toegestane middelen. Er is echter nog een andere manier, en dat is het zoeken van wereldse genoegens met middelen die haraam zijn en die bovendien vaak de rechten van andere mensen schenden. Bijvoorbeeld: stelen, liegen, bedriegen, oplichting, handel in verboden zaken, etc. Wat ook veel voorkomt – omdat het je zo makkelijk wordt gemaakt het te doen – is dat mensen dingen verlangen die ze zich niet kunnen veroorloven, en dan dus leningen moeten afsluiten waarover rente betaald moet worden. Rente betalen of ontvangen is in de Islaam een verboden transactie. De Profeet (sallallahoe ‘aleihi wa sallem) zei hierover: "Pas op voor hebzucht, want inderdaad hebzucht vernietigde degenen die vóór jullie kwamen. Het beval hen de familiebanden te verbreken en dus verbraken ze de familiebanden. En het beval hen om vrekkig te zijn en dus waren ze vrekkig. En het beval hen om zonden te begaan en aldus begingen ze zonden." (Moeslim)

Wereldse zaken najagen met verboden middelen leidt dus tot een hoop zonden en kan op den duur zelfs tot vernietiging van iemand leiden.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>